zaterdag 21 januari 2012

Stiekem

Jammer is het toch, dat je op deze leeftijd (20) nog zo weinig stiekem kunt doen.

Vroeger werd bijna alles wat je wilde, verboden. Verboden door juffen, meesters, ouders en (in mindere mate) grootouders. Dat was stom, en dat maakte je boos, maar dat zorgde er ook voor dat je stiekem kon zijn.

Je mocht niet te veel snoepjes eten. Als papa en mama even weg waren, deed je stiekem de krakende deur van de provisiekast open, haalde je het deksel van de snoeppot en dán moest je snel zijn, want anders had de hele expeditie geen zin gehad. Was het toch misgegaan, dan liep je met een vriendinnetje naar de drogisterij om de hoek, waar de alleraardigste Ursula je altijd een paar snoepjes gratis gaf. Dan kon je er weer even tegenaan, als je 's avonds allerlei dingen voorgeschoteld kreeg die je niet lustte.

Je moest na het Journaal gaan slapen. Als het licht uit was gedaan, en je een nachtzoen had gekregen, pakte je snel je zaklamp en je stripboek van onder de dekens en ging je stiekem lezen. Het had geen enkel nut, maar het ging om de spanning, het feit dat je ouders je elk moment konden snappen. Nog leuker was het als er vriendinnetjes kwamen logeren. En als het Sinterklaas was, ging je soms zachtjes de trap af om te kijken of Zwarte Piet al iets in je schoen had gedaan.
Je sneed jezelf altijd in de vingers als je 's nachts stiekem opbleef, want je moest de ochtend erna ook altijd op tijd wakker worden.



Je moest naar school. "Ik ben net ge-sms't, het eerste uur valt uit!" Of: je deed alsof je weg ging, maar ging eigenlijk heel ergens anders heen. De eerste keer dat ik spijbelde, met mijn beste vriendin op de middelbare school, deden we dat om een opdracht (voor diezelfde school) af te maken. Hoe braaf! De dag erna zwaaide mijn moeder een vodje papier, de Absentiebrief, voor mijn neus heen en weer: "Wat is dit, Fem?" 
Een paar jaar later waren we gehard - hoewel daar nog enkele keren van doelloos rondzwerven door de school tussen zaten, omdat we niet naar gym wilden - en leerden we hoe we absentiebriefjes meerdere malen gebruiken konden, en welke leraren het niet merkten als je weg bleef.


Je mocht niet te lang wegblijven, je moest op tijd thuis zijn. Je kon weglopen. Dat had je dágenlang (oftewel, een paar uur) voorbereid, je had twee truien aan en een rugzak mee, waarin een pakje crackers zat en een pakje Wicky. Plotseling bleek het toch wel erg koud te zijn. Er waren enge mensen op straat. Het werd donker. De crackers waren op.
Je kwam thuis, en je moeder zei: "Je bent een kwartier te laat!" 
Pardon? Een kwartier? Het leek een hele dag.


Nu heb je dat allemaal niet meer. Je kan niet meer lekker stiekem zijn. Tegenwoordig kleven er allerlei vervelende, dubbelzinnige betekenissen aan het woordje stiekem, net zoals het geval is bij stout. Het woord kan alleen gebruikt worden door ondeugende dames op leeftijd, die zich weer een meisje wanen, of door peuters die het nog in alle onschuld bezigen.


Mijn leven is wat dat betreft doodsaai. Eerst is het leuk, op kamers wonen: plotseling kun je zo laat naar bed als je wilt, colleges skippen, complete zakken chips leegeten, gehele dagdelen in een kroeg doorhalen, of stomme tv-programma's kijken die je ouders nooit wilden zien. Er is helaas niemand die je controleert, en controle is nu juist een voorwaarde voor stiekemheid. Zo wordt het uiteindelijk zelfs een sleur, al die 'gekke' dingen doen. Neem dit nou, in deze vrije maand januari: ik word wakker om 12u 's middags, zit tot 14u nutteloos voor me uit te staren of te lezen met een kop koffie in mijn hand, ga eens naar de suup, werk wat aan mijn scriptie, Facebook wat, spreek af met een vriendin, eet rond half tien nog eens iets, kijk wat afleveringen van The Big Bang Theory en ga rond één, twee uur slapen. Als het niet later is.


Afgelopen jaar kon ik welgeteld twéé keer iets stiekems doen. De eerste keer was het verstoppertje spelen, in een groot huis op het eiland Sint Maarten, samen met wat studiegenoten. De tweede keer was het, toen ik voor Zwarte Piet speelde en midden in de nacht de schoenen van mijn huisgenootjes vulde.


Dat was het dan. Wat een leven! Wat een saaie bedoening, eigenlijk. Waarom is er nou niemand die op je deur klopt en: "Het is al na twaalven! Ga je bed eens in!" of: "Alwéér pasta-pesto?" of: "Doe eens wat aan je scriptie, in plaats van sentimentele blogs te schrijven!" zegt? Is dat niet jammer? Stiekem zijn kan bijna niet meer. Je moet het uit de gekste dingen halen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten